Taiwanezen willen zelf ook het liefst bij China horen, denken ze in Xiamen

Op de derde dag van de militaire oefening rond Taiwan doorkruisten de gevechtsvliegtuigen van het Volksbevrijdingsleger opnieuw de middellijn tussen China en Taiwan. Oorlogsschepen voerden oefeningen uit nabij de kust van het democratisch bestuurde eiland. Ook stuurde Peking drones naar verschillende Taiwanese eilandjes voor de kust van China. Toeristen staan te dringen op de Vredespier in de Chinese kuststad Xiamen. De Gouden Adelaar Zes, een rondvaartboot, staat op het punt uit te varen. Het is een van de weinige opties die Chinese toeristen deze dagen hebben om nog iets te zien van Taiwan. Sinds het begin van de pandemie zijn veerboten naar nabijgelegen Taiwanese eilandjes als Kinmen geschrapt. “Ik ben er nooit geweest”, zegt een van de wachtenden lachend. “Maar dat gaat veranderen, want we zullen snel herenigd worden met Taiwan.” Bij de vraag wat hij van de toenemende spanningen vindt, wordt de man door zijn vrouw weggetrokken. Eenmaal op de boot zijn mensen spraakzamer. “Taiwan komt zonder twijfel terug bij China”, zegt een andere toerist, die over de reling de opdoemende eilandjes aanschouwt. “Ons leger wordt steeds sterker, toch?” In de jaren vijftig werden er meerdere aanvallen uitgevoerd op Kinmen. Najaar 1954 werden de eilandjes gebombardeerd door de manschappen van China’s sterke man Mao Zedong: de eerste Taiwancrisis was een feit. In 1958 volgde de Tweede Taiwancrisis met opnieuw een bombardement. “Dat kan ik me nog wel herinneren”, zegt een toerist op leeftijd, uitgedost met een Mao-speldje. “Niemand wil vechten, we hopen op vredige hereniging”, zegt hij. “Maar als de Verenigde Staten zich ermee bemoeien zullen we zeker ten strijde trekken.” De jongere passagiers op de boot denken er net zo over. “We hopen op vreedzame hereniging”, zegt de 21-jarige Xiong. “Maar als Taiwan onafhankelijkheid blijft nastreven, zal er zeker gevochten worden.” Er vliegen nu geen bommen door de lucht rond Kinmen. Maar ook hier probeert China Taiwan te intimideren. Niet direct om Kinmen binnen te vallen. Met landjepik, á la Poetin met de Krim, valt er weinig te winnen, zeggen deskundigen: China wil de volledige buit. Het Volksbevrijdingsleger meldt op socialmediaplatform Weibo dat de trainingen bedoeld zijn om ‘aanvallen op land en over zee’ te testen. “Als het hier gevaarlijk zou zijn, zouden we niet zijn uitgevaren toch?” zegt een vrouw, met man en zoon op vakantie vanuit Jiangxi. “Ik denk dat er geen reden is om erg zenuwachtig te worden”, zegt haar echtgenoot, gevraagd naar de risico’s van de militaire oefening. Hoe de Taiwanezen ernaar kijken, lijkt de Chinezen op de boot niet te deren. “Het liefst willen ze zelf ook weer bij China horen”, antwoordt de man met het Mao-speldje. Peilingen van de Taiwanese Chengchi Universiteit laten een ander beeld zien. 85 procent van de Taiwanezen wil bestuurlijk niets met communistisch China te maken hebben. Het liefst behouden zij de huidige status quo. Daarin is Taiwan onder de vlag van de Republiek China in theorie onafhankelijk, al zijn er weinig landen die dat erkennen. Terug op de wal valt de avond over Xiamen, de hoofdstad van Fujian. Een provincie die nauw verbonden is met Taiwan. Het Hokkien, met het Mandarijn de officiële taal in Taiwan, werd meegebracht door Fujianese immigranten die lang geleden uitweken naar het eiland. In de Taiwanese Snackstraat overheerst nu het standaard-Chinees, al zijn er weinig mensen meer om mee te praten in de verloederde buurt. Veel restaurants en snacktenten zijn dicht. Het restaurant van Gu Huiyuan, die er al twintig jaar zit, is nog wel open. Maar reden om te juichen is er niet. “Het zat hier elke dag vol, iedereen kon geld verdienen”, zegt ze. Vergeleken met de foto’s die ze op haar telefoon laat zien is er nu inderdaad weinig meer over van de Taiwanese Snackstraat. Ook de grote karakters op de poort van de straat zijn verdwenen. “Een jaar of twee geleden zijn ze er vanaf gevallen en nooit meer vervangen”, zegt een buurtgenoot. Corona-lockdowns hebben hier hun tol geëist en de Taiwanese snackstraat wil maar niet opkrabbelen. Symbool van de vertroebelende verhoudingen, meent Gu, die nu zelf het roer heeft omgegooid. “Ten tijde van Ma Ying-jeou verkochten we hier nog Taiwanese snacks’, zegt ze, verwijzend naar een president van Taiwan die een vriendelijker koers voer richting China. Bij Gu staan er nu vooral gerechten uit de Oeigoerse keuken op tafel. “Het was tijd voor verandering”, lacht ze. Waar draait het conflict rond Taiwan om? Een korte uitleg:

  • informationsspiegel

    Related Posts

    Gleichbehandlungsgesetz in Deutschland: Minimalreform beim Antidiskriminierungsrecht
    • April 14, 2026

    Seit Jahren kritisieren Ex­per­t*in­nen Lücken im Allgemeinen Gleichbehandlungsgesetz. Die Bundesregierung will dies nun ein kleines bisschen verbessern. mehr…

    Weiterlesen
    Vergewaltigernetzwerke bei Telegram: „Deliktstypisches Dunkelfeld“
    • April 14, 2026

    Im Internet teilen Männer aus der ganzen Welt Videos, in denen Frauen betäubt und vergewaltigt werden. Warum ist es so schwer, das zu verhindern? mehr…

    Weiterlesen

    Nicht verpassen

    Gleichbehandlungsgesetz in Deutschland: Minimalreform beim Antidiskriminierungsrecht

    • 3 views
    Gleichbehandlungsgesetz in Deutschland: Minimalreform beim Antidiskriminierungsrecht

    Vergewaltigernetzwerke bei Telegram: „Deliktstypisches Dunkelfeld“

    • 3 views
    Vergewaltigernetzwerke bei Telegram: „Deliktstypisches Dunkelfeld“

    Schwere Vergewaltigung, versuchter Mord: Elf Jahre Haft für frauenverachtende Taten

    • 3 views
    Schwere Vergewaltigung, versuchter Mord: Elf Jahre Haft für frauenverachtende Taten

    Steuerfreie 1.000-Euro-Prämie: Wen Schwarz-Rot entlasten will – und wer leer ausgeht

    • 3 views
    Steuerfreie 1.000-Euro-Prämie: Wen Schwarz-Rot entlasten will – und wer leer ausgeht

    Komponist gastiert in Berlin: Sich an das Gute erinnern

    • 3 views
    Komponist gastiert in Berlin: Sich an das Gute erinnern

    Linke und Luxus: Was erlauben, Silvia Salis?

    • 2 views
    Linke und Luxus: Was erlauben, Silvia Salis?