De Surinaamse president Santokhi zegt dat hij “goede nota” heeft genomen van de toespraak van premier Rutte van gisteren, waarin de premier namens de Nederlandse staat excuses aanbood voor het slavernijverleden. Tegelijkertijd uit Santokhi in een verklaring kritiek op de manier waarop de excuses tot stand zijn gekomen. Voorafgaand aan de excuses was er bij diverse betrokkenen onvrede over de datum voor de excuses. Verschillende comités wilden dat de excuses volgend jaar op Keti Koti (1 juli) zouden worden aangeboden, de dag waarop het 150 jaar geleden is dat slavernij in het koninkrijk daadwerkelijk ten einde kwam. Onder meer het Surinaamse Nationaal Comité Herdenking Slavernij pleitte voor die datum. In een schriftelijke verklaring zegt Santokhi dat “een gezamenlijke aanpak vanaf het begin aannemelijker was geweest om samen te werken naar een moment van eer en herstel”. “Het gaat om eeuwenlange onderdrukking en uitbuiting. Excuses aanbieden betekent daarom ook rekening houden met het momentum, culturele aspecten van de nazaten van de tot slaaf gemaakten, en de betekenisgeving van het moment voor excuses”, staat in de verklaring. “Het treffen van de voorbereidingen voor het aanbieden van excuses, is namelijk even belangrijk als het in de praktijk daadwerkelijk aanbieden van deze excuses.” De excuses hebben uiteenlopende reacties opgeleverd: Wel zegt de Surinaamse president dat de toespraak van Rutte “helder en duidelijk” was “voor wat betreft de Nederlandse betrokkenheid bij de mensonwaardige behandeling van personen die onder dwang naar Suriname zijn gebracht over een lange periode om als slaaf, werk voor de Nederlandse economie te verrichten”. Minister Weerwind was gisteren op het moment van het aanbieden van de excuses in Paramaribo. Een paar dagen ervoor ging minister Kaag naar het land voor een gesprek over de excuses.
Meer immigranten naar Nederland, vooral door oorlog Oekraïne
Het afgelopen jaar zijn er meer migranten naar Nederland gekomen dan in 2021. In totaal kwamen er in 2022 zo’n 403.000 mensen naar Nederland, tegenover 298.000 het jaar ervoor. Daarmee…









