Meer Groningse Joden vermoord dan gedacht: 90 procent overleefde WO II niet

In vijf Groningse gemeenten zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog meer Joden afgevoerd en vermoord dan eerder gedacht. Dat komt naar voren uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Minder dan 10 procent van de Joodse bevolking in Oldambt, Veendam, Midden-Groningen, Westerkwartier en Het Hogeland heeft de oorlog overleefd. Eerder werd gedacht dat het om zo’n 15 procent van de Joden uit die gemeenten ging. De gemeenten, die tijdens de oorlog nog uit meerdere kleine gemeenten bestonden, hadden zelf opdracht gegeven tot het onderzoek. Het is een groot verschil met het landelijke beeld: gemiddeld overleefde 27 tot 29 procent van de Joden in Nederland de Holocaust. Historicus Richard Paping leidde het onderzoek, hij wil meer onderzoek doen naar het “dramatisch hoge percentage vermoorde Joden”, maar geeft ook al een aantal mogelijke verklaringen. Een daarvan is dat in de betreffende vijf gemeenten de jongere, mannelijke hoofden van gezinnen al in juli 1942 werden afgevoerd, voor de zogenoemde werkverschaffing. Een derde van die mannen was in oktober van dat jaar al vermoord door de nazi’s, zegt de RUG. Hierdoor konden de achtergebleven vrouwen en kinderen geen kant op, ze doken vaak niet onder en werden in de herfst ook gedeporteerd. Een andere verklaring voor het lage percentage overlevenden is dat er weinig Joden op het Groningse platteland een Sperr-stempel hadden in hun persoonsbewijs. Met zo’n stempel werden Joden enige tijd vrijgesteld van deportatie. Daardoor hadden de Joden in de vijf gemeenten minder kansen om onder te duiken. Ook was er op het platteland sprake van vergrijzing van de Joodse bevolking, waardoor ze mogelijk kwetsbaarder waren tijdens de oorlog. De onderzoekers keken ook naar de rol van de gemeenten bij het onteigenen van Joodse bezittingen tijdens de oorlog. De meeste “oorlogskopers” van Joods vastgoed waren NSB’ers en andere aanhangers van de nazi’s, maar ook een drietal gemeenten kocht land of vastgoed afkomstig van Joden. Na de oorlog zijn deze aankopen zoveel mogelijk weer teruggedraaid. Wel hebben Joodse erfgenamen vaak extreem lang moeten wachten op hun geld of eigendom. De vijf gemeenten laten weten dankbaar te zijn voor het grondige onderzoek. Als er nazaten van eigenaren van vastgoed zich melden met vragen, dan willen de gemeenten “samen met betrokkenen op zoek naar antwoorden”.

  • informationsspiegel

    Related Posts

    Meer immigranten naar Nederland, vooral door oorlog Oekraïne
    • June 30, 2024

    Het afgelopen jaar zijn er meer migranten naar Nederland gekomen dan in 2021. In totaal kwamen er in 2022 zo’n 403.000 mensen naar Nederland, tegenover 298.000 het jaar ervoor. Daarmee…

    Weiterlesen
    OM zet hoger beroep tegen Richard de Mos gedeeltelijk door
    • June 29, 2024

    Het Openbaar Ministerie zet het hoger beroep tegen de Haagse oud-wethouder Richard de Mos en zes medeverdachten door, maar dan wel in afgeslankte vorm. Het beroep betreft enkel de verdenkingen…

    Weiterlesen

    Leave a Reply

    Your email address will not be published. Required fields are marked *

    Nicht verpassen

    Boykott der Fußball-WM 2026 in Mexiko: Ihr Problem liegt vor der Haustür

    • 5 views
    Boykott der Fußball-WM 2026 in Mexiko: Ihr Problem liegt vor der Haustür

    Autorin über Schwarzen Aktivismus: „Er wollte in die Hand nehmen, was der Staat versäumt“

    • 4 views
    Autorin über Schwarzen Aktivismus: „Er wollte in die Hand nehmen, was der Staat versäumt“

    Wellness mit Ayurveda in Berlin: Erfolgreich trotz Bürokratie

    • 5 views
    Wellness mit Ayurveda in Berlin: Erfolgreich trotz Bürokratie

    DDR-Dissident und Künstler Hans Ticha: Soldaten ohne Köpfe

    • 4 views
    DDR-Dissident und Künstler Hans Ticha: Soldaten ohne Köpfe

    Deutsche Asylpolitik: Ein unmenschlicher Widerspruch

    • 3 views
    Deutsche Asylpolitik: Ein unmenschlicher Widerspruch

    Amtsenthebung von José Jerí in Peru: „Eines Präsidenten unwürdig“

    • 5 views
    Amtsenthebung von José Jerí in Peru: „Eines Präsidenten unwürdig“