De termijn waarbinnen Turken en Syriërs die vorige maand getroffen zijn door de aardbevingen een visum kunnen krijgen voor Nederland is wel degelijk aanmerkelijk korter geworden. Dat zei minister Hoekstra van Buitenlandse Zaken in de Tweede Kamer. Hij reageerde op kritische vragen van Denk-Kamerlid Kuzu en anderen over een bericht van gisteren, waarin advocaten en familieleden in Nederland klagen over het volgens hen kleine aantal mensen dat via een versnelde aanvraag naar Nederland is gekomen. Er zouden nog steeds lange wachttijden zijn. Het kabinet maakte kort na de bevingen bekend dat getroffenen die enige tijd bij familieleden in Nederland willen verblijven een snellere procedure kunnen doorlopen, maar dat de criteria wel hetzelfde blijven. Hoekstra zei in de Kamer dat inmiddels 177 mensen versneld een visum hebben gekregen, 173 Turken en 4 Syriërs. Getroffenen die naar Nederland willen, moeten een paar dagen wachten op een afspraak en zijn binnen een week geholpen, vulde Hoekstra aan. Volgens hem doet Nederland het daarmee “behoorlijk snel” in vergelijking met andere landen. Hij voegde eraan toe dat ook 43 aanvragen zijn afgewezen. De minister zei ook dat de gemiddelde wachttijd bij een reguliere visumaanvraag zes tot acht weken is en dat het dan in de regel nog eens twee weken duurt voordat iemand het visum krijgt. Hoekstra noemde als mogelijke verklaring voor de voor sommigen misschien toch relatief lange wachttijden dat mensen soms per ongeluk in de “normale procedure” belanden. “Maar ze kunnen altijd aangeven dat ze uit het rampgebied komen en dat ze daarom van de versnelde procedure gebruik willen maken.” De minister benadrukte dat Nederland en de andere landen wel te maken hebben met de regels die binnen het Schengengebied gelden voor visa. “Maar we kijken steeds met redelijkheid naar de omstandigheden van het geval.”
Meer immigranten naar Nederland, vooral door oorlog Oekraïne
Het afgelopen jaar zijn er meer migranten naar Nederland gekomen dan in 2021. In totaal kwamen er in 2022 zo’n 403.000 mensen naar Nederland, tegenover 298.000 het jaar ervoor. Daarmee…









