Belgische hulpverlener in Iran krijgt 40 jaar cel en 74 zweepslagen

De Belgische hulpverlener Olivier Vandecasteele is in de Iraanse hoofdstad Teheran veroordeeld tot 40 jaar celstraf en 74 zweepslagen, meldt het Iraanse persbureau Tasnim vandaag. De straf is nog veel zwaarder dan de 28 jaar cel waarover zijn familie in december al te horen kreeg. Vandecasteele werd op 24 februari vorig jaar opgepakt en zit sindsdien in een isoleercel. Iran meldt nu dat de 41-jarige Belg is veroordeeld voor spionage, samenwerking met de Verenigde Staten tegen Iran, geldsmokkel en witwassen. Op de zwaarste vergrijpen staat 12,5 jaar cel. Volgens de Iraanse rechtbank hoeft de Belg alleen de veroordeling waar de langste straf op staat daadwerkelijk uit te zitten en kan hij dus na 12,5 jaar vrijkomen. Vandecasteele spreekt de beschuldigingen tegen. Hij heeft volgens de rechtbank de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan. De familie van Vandecasteele zei vorige maand dat hij in hongerstaking is gegaan en dat hij met gezondheidsproblemen kampt. Ook zou hij niet zelf zijn advocaat hebben mogen kiezen. “De familie is zeer aangeslagen door de veroordeling”, zegt een vriend van Vandecasteele vandaag namens de familie. “Olivier is een slachtoffer, een gegijzelde.” Vanwege de veroordeling heeft de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Lahbib de Iraanse ambassadeur in België ontboden. De familie van de hulpverlener wil dat de Belgische regering er alles aan doet om Vandecasteele zo snel mogelijk thuis te krijgen. Het Belgische parlement maakte vorig jaar de weg vrij voor het ruilen van gevangenen met Iran. België zou de Iraanse terrorist Assadollah Assadi mogelijk vrijlaten en in ruil zou Vandecasteele kunnen vrijkomen. Zijn familie hoopt daarop, maar de ruilmogelijkheid werd vorige maand door het Grondwettelijk Hof in België geschorst. Of dat betekent dat de ruil niet kan doorgaan, is niet duidelijk. In Iran zit sinds 21 september ook een Nederlander vast. Die werd opgepakt vanwege vermeende betrokkenheid bij de anti-regeringsprotesten. Lange tijd stond Iran geen contact of consulaire hulp toe van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Minister Hoekstra zei afgelopen november dat de Iraniërs na “intensieve inzet” wel bevestigd hebben dat er één Nederlander in de gevangenis zit. Over hoe de situatie van deze persoon nu is en of de Nederlander consulaire bijstand krijgt, wil een woordvoerder van het ministerie vandaag niets zeggen.

  • informationsspiegel

    Related Posts

    Musikfestival Out.Fest in Portugal: Stottern, scheuern und dröhnen
    • October 8, 2026

    Ortsbesuch in der portugiesischen Industriestadt Barreiro, wo das experimentelle Musikfestival Out.Fest stattfindet. Inklusion trägt hier zum utopischen Sound bei. mehr…

    Weiterlesen
    Spazierengehen üben: Schlendern wie am Schnürchen
    • October 8, 2026

    Der Spaziergang sollte kein schnelles Weglaufen sein. Es gibt viel zu entdecken. Der Vorsatz des Monats: weiterlaufen, nur nicht zu flott. mehr…

    Weiterlesen

    Leave a Reply

    Your email address will not be published. Required fields are marked *

    Nicht verpassen

    Musikfestival Out.Fest in Portugal: Stottern, scheuern und dröhnen

    • 9 views
    Musikfestival Out.Fest in Portugal: Stottern, scheuern und dröhnen

    Spazierengehen üben: Schlendern wie am Schnürchen

    • 8 views
    Spazierengehen üben: Schlendern wie am Schnürchen

    Anklage gegen Polizisten: Frankfurter Polizist soll Mann in Gewahrsam gedemütigt haben

    • 8 views
    Anklage gegen Polizisten: Frankfurter Polizist soll Mann in Gewahrsam gedemütigt haben

    Kampf für Bildungsgerechtigkeit: Keine Gelder mehr für Bildung von Zugewanderten

    • 10 views
    Kampf für Bildungsgerechtigkeit: Keine Gelder mehr für Bildung von Zugewanderten

    Maulkorb für Forschungspolitiker: Galoppierende Geheimhaltung

    • 9 views
    Maulkorb für Forschungspolitiker: Galoppierende Geheimhaltung

    Datenschutzbeauftragter Hennemann: „Digitale Souveränität ist wichtig“

    • 7 views
    Datenschutzbeauftragter Hennemann: „Digitale Souveränität ist wichtig“