Het is de Mexicaanse president Andrés Manuel López Obrador toch gelukt om het presidentiële vliegtuig te verkopen waar hij al jaren van af wilde. Het luxueuze toestel met aan boord marmeren elementen, een doucheruimte en flatscreens, is voor omgerekend zo’n 84 miljoen euro verkocht aan de regering van Tadzjikistan, maakte López Obrador bekend. Met de verkoop komt een einde aan een langlopende kwestie. De Boeing 787 Dreamliner werd in 2012 aangeschaft voor ruim 180 miljoen euro door de vorige president, Enrique Peña Nieto, en werd in 2016 in gebruik genomen. Toen de socialist López Obrador in 2018 aan de macht kwam, zette hij het vliegtuig op zijn eerste werkdag te koop. In zijn campagne had hij al beloofd het toestel te zullen verkopen, omdat het volgens hem een symbool was van politieke corruptie en zelfverrijking. Hij gaf zelf de voorkeur aan lijnvluchten. Maar dat was slechts het begin van een politieke sage die uiteindelijk vijf jaar zou duren. Lang leek niemand geïnteresseerd om het vliegtuig te kopen. López Obrador probeerde het toestel te ruilen voor medische apparatuur, hij probeerde het aan een groep zakenlieden te verkopen en het werd zelfs aangeboden als prijs bij een loterij, wat overigens later weer werd ingetrokken. Het vliegtuig stond anderhalf jaar tevergeefs te koop in de Verenigde Staten en werd uiteindelijk teruggebracht naar Mexico-Stad. Dat het nu toch is gelukt om het vliegtuig te slijten, leidt tot opluchting bij López Orbrador. “Na lange tijd hebben we het vliegtuig weten te verkopen”, zei hij vanuit het vliegtuig. ‘We zijn blij.” Het vliegtuig levert overigens veel minder op dan gehoopt: de president zei er eerder minstens 137 miljoen euro aan te willen overhouden. Met de opbrengst wordt volgens de president de bouw van twee ziekenhuizen in arme regio’s in de staten Guerrero en Oaxaca gefinancierd. López Obrador beloofde dat de ziekenhuizen af zullen zijn voordat zijn termijn voorbij is, eind volgend jaar.
Grundsatzurteil Marokko gegen „SZ“: Ehrenlose Staaten
Marokko scheitert mit Klagen gegen „SZ“ und „zeit.de“, weil ein Staat keine Persönlichkeitsrechte haben kann. Eine Grundsatzentscheidung aus Karlsruhe. mehr…







